Zaterdag werd in de Benedenstad van Nijmegen het feit gevierd, dat 85 jaar geleden het eerste grootschalige stadsvernieuwingsplan van Nijmegen gereed kwam. Het was de `Waalkazerne` een dorp in de Benedenstad.
Wethouder Jan van der Meer was speciaal naar de Benedenstad gekomen om dit samen met de bewoners te vieren. Hij onthulde, samen met de directeur van de woningstichting Portaal, dhr. Kip, een plaquette, waarna het eerste boekje, dat als herinnering aan de Waalkazerne was gemaakt, werd overhandigd aan de oudste bewoner van de wijk. zie de foto´s
De Nijmeegse Benedenstad viert dit weekeinde het 85-jarig jubileum van hetWaalkazernecomplex, Nijmeegs’ eerste grootschalige stadvernieuwingsproject.
door Maarten-Jan Dongelmans Bron De Gelderlander
Op het moment dat de oude stad rond 1880 uit haar wallen breekt, gaat alle aandacht van de gemeente in eerste instantie uit naar het nog maagdelijke ‘buitengebied’. Op de plek van de gesloopte vestingwerken moeten brede singels en comfortabele woonwijken verrijzen: Nieuw-Nijmegen. DeWaalstad wil zich immers als vestigingsplaats voor welgestelde renteniers en Oud-Indiëgangers op de kaart zetten.
Toch worden de problemen van Oud-Nijmegen niet vergeten. Aan de rivierkant zijn de woonomstandigheden zelfs naar negentiende- eeuwse maatstaven abominabel. Van de Vleeshouwerstraat in het oosten tot de Bottelstraat in het westen huizen kinderrijke gezinnen in verkrotte woonkazernes. In dat labyrint van gasjes en hofjes is de hygiëne ver te zoeken.
De eerste actie onderneemt de gemeente in de noordwesthoek van de stad. Niet vanwege de slechte toestand van de woningen maar vanwege het economisch belang en het stedebouwkundig aanzien van hetWaalfront. De oude verzande haven vormt een doorn in het oog. Daarnaast moet de stinkende poel van de Sint-Jacobsgracht (ter hoogte van het huidige Joris Ivensplein) aangepakt worden. Het voormalige havenbassin verandert in hetWaalplein.
maar de verkrotting van de aanliggende straatjes (waar ook nog een infanteriekazerne is gevestigd) kan ongestoord verder gaan.
Wonen in dit deel van de benedenstad wordt er niet beter op. In de eerste jaren van de twintigste eeuw komt het leefmilieu ter plekke verder onder druk te staan door de bouw van de elektriciteitscentrale en de tramremise.
De kentering komt na de EersteWereldoorlog. Mogelijkheden voor stadsvernieuwing ten westen van de Papengas dienen zich aan wanneer ter plaatse het kazernecomplex zijn functie heeft verloren en de gemeente het terrein voor ‘sociale woningbouw’ bestemt. DezeWaalkazerne, gehuisvest op de plek van een voormalig klooster uit de middeleeuwen, is sinds 1891 in gebruik geweest bij de Koloniale Reserve, het Indisch reserveleger. Het aftandse complex tussen Papengas en Bottelstraat komt echter leeg te staan na de oplevering van de Prins Hendrikkazerne aan de Daalseweg in 1911.
De uitvoering van de eerste stadsvernieuwing in Oud- Nijmegen komt uiteindelijk op het bordje van woningbouwvereniging Nijmegen, opgericht in 1906. Deze corporatie richt rond 1918 zijn pijlen op de bouw van hetWillemskwartier maar ziet ook kansen in de verkrotte Benedenstad.
Echt snel gaan de zaken niet. Pas in 1922 komen de onderhandelingen tussen de gemeente en defensie, de eigenaar van het kazernecomplex, in een beslissend stadium. Aankoop van de gebouwen en het terrein kost veel geld. Daarover bericht burgemeester Van Schaeck Mathon de gemeenteraad op 3 mei 1922. Het rijk gaat akkoord met de verkoop en rekent Nijmegen 35.000 gulden voor het terrein en 5.000 gulden voor de opstand. In eerste instantie wordt een pas op de plaats gemaakt. De gemeenteraad verdaagt op 24 mei zelfs het besluit van 3 mei om grond en opstallen aan te kopen ‘in het belang der volkshuisvesting’. De eerstvolgende keer dat deWaalkazerne in het gemeentehuis op de agenda verschijnt, is 10 januari 1923. Tijdens die vergadering gaat de raad akkoord met het voorstel om de terreinen van de voormaligeWaalkazerne (ruim 51 aren) gedurende dertig jaar van het Rijk in erfpacht te nemen tegen een jaarlijkse canon van 1750 gulden.
Een volgende stap zet de gemeente op 25 april 1923, enkele weken voor de aanbesteding van de nieuwbouw die in de volksmond spoedig de naamWaalkazerne zal dragen. Dan komt het uitgeven in erfpacht van bouwterreinen tussen Bottelstraat en Papengas en het verlenen van voorschotten aan woningbouwvereniging Nijmegen voor de bouw van 87 woningen aan de orde. Het betreffende voorstel wordt na ampel beraad aangenomen.
Uit de beraadslagingen blijkt dat in dit aantal 28 ‘onvolkomen woningen’ zijn inbegrepen. Daaronder worden verstaan eenkamerwoningen, geschikt voor mensen die in krotten aan de Steenstraat en de Vleeshouwerstraat wonen en dus niets gewend zijn. In reactie op de bouwplannen laat het raadslid Uijen weten dat hij het jammer vindt dat de woningen geen kelders hebben. Volgens hem zijn die nodig als bergplaats voor levensmiddelen zoals zuurkool en brandstoffen. De huren, variërend tussen de 2,40 en 4,90 gulden per week, oordeelt hij aan de hoge kant. Uijen ziet graag een huurtoeslag maar de burgemeester kapt dat af met de opmerking dat armlastigen zich maar bij het Burgerlijk Armbestuur moeten melden.
Raadslid Hamet heeft commentaar op de inrichting van de woningen. Hij wil een scheiding tussen spoelplaats en wc. Toiletten ziet hij liever buiten, net als op deWillemsweg. Van derWaarden voorziet in dat geval een stijging van de huur en vindt die scheiding onnodig. Er is immers sprake van een goede ventilatie.
Voor de realisatie van het wooncomplexWaalkazerne met de nieuwe straten Kloosterstraat, Observantenstraat en Oude Havenstraat is op 25 april 1923 aanvankelijk een bouwvoorschot voorzien van 195.000 gulden. Dit wordt twee maanden later verhoogd tot 228.000 gulden. Voor 57 huizen krijgt de gemeente een rijkspremie van 17.000 gulden. Uiteindelijk zal 225.177 gulden en 41 cent nodig zijn, zo meldt de Bijlage behoorende bij het Verslag van den toestand der Gemeente Nijmegen over het jaar 1925. Daarin valt ook te lezen dat de oplevering voor verhuring begin 1925 plaatsvindt. In de loop van 1924 komen al 63 woningen gereed.
De aannemer is S. A. van Dijk uit Dieren. Hij schrijft op het kantoor van de woningbouwvereniging aan de Nijhoffstraat op 12 mei 1923 en op 4 juni 1924 (tijdens de aanbesteding van het tweede gedeelte van 23 woningen) als laagste in. Op 12 mei 1923 gaat het om 29 benedenwoningen, 29 bovenwoningen en drie ‘eensgezinshuizen’. Ze worden sober opgetrokken in ‘blauw grijze klinkers’ met metselwerk van ‘geel hard grauw, in Hardegser cementkalk’.
In iedere woning komen zes ‘ lichtpunten’ voor elektrische verlichting. In de huizen van deWaalkazerne bevinden zich een woonkeuken, (soms) een ‘zitje’, slaapkamers, een kelderkast, een toilet en ‘spoelplaats’. Echte arbeiderswoningen kortom, die volgens de wet van 1919 niet meer dan vijf kamers mogen bevatten.
Het werk valt Van Dijk trouwens niet mee: met name het grondwerk levert problemen op (in de grond zitten nog eeuwenoude fundamenten van eerdere bebouwing). Een aantal oude stenen van de afbraak gaat naar de aannemer van de restauratie van het koor van de Nieuwe Kerk in Delft, de graflocatie van de Oranjes.
De nieuwe bewoners zal dat begin 1925 een zorg zijn. Zij verruilen hun krotwoningen elders in de Benedenstad voor de nieuweWaalkazerne, waarvan de naam misschien niet hoopvol stemt, maar die in de praktijk toch een stap voorwaarts voor de ‘mingegoeden’ betekent.
Het pionierswerk van deze eerste ‘sociale woningbouw’ aan de rivierkant zal pas vijftig jaar later een vervolg krijgen. De aanwijzing van de Nijmeegse Benedenstad als beschermd stadsgezicht in 1974 leidt dan tot een massale nieuwe activiteit van aannemers in de woningwetsector. Niet tot ieders plezier overigens. De historische, altijd zo kleurrijke Benedenstad van weleer maakt voorgoed plaats voor zakelijke uniformiteit, zonder toeters of bellen. Bijna net zo saai als het pioniersproject van 1925.