15 maart 2022

Leerlingen basisschool ’t Bijenveld bezoeken de Ooijse Graaf.

Leerlingen groep 6-7 bij de “Roerdomp” in natuurgebied de Ooijse Graaf

Door de beperkingen vanwege de coronamaatregelen, slecht weer en/of quarantaine van delen van de groep, was het na lang wachten dan toch eindelijk zover; groep 6-7 van ’t Bijenveld gaat als eerste groep kennismaken met het hernieuwde stukje natuur in de eigen leef- en leeromgeving. We brengen een bezoek aan de Ooijse Graaf. De rietmoerassen van de Ooijse Graaf liggen tussen Leuth en Ooij in. Het is, wat ze noemen, een Natura 2000 gebied. Dat wil zeggen dat de rietmoerassen zo bijzonder en belangrijk voor dieren en planten zijn, dat het beschermde natuur is. In de laatste tientallen jaren zijn de rietmoerassen erg verdroogd. Vogelsoorten die in en bij deze moerassen leven, zijn er nog maar weinig of zijn er zelfs helemaal niet meer. Stichting Ark past het gebied aan naar zoals het ooit was. Daarmee krijgen vogels zoals de roerdomp, woudaapje, grote karekiet en bruine kiekendief weer nieuwe kansen. Samen met een Caroline van der Mark (van Stichting Ark) starten we de dag op ’t Bijenveld en krijgen we les in een stukje geschiedenis van het gebied. Op de plek waar de Ooijse Graaf zich nu bevindt, stroomde lang geleden de Waal (!). Door zandafkalving in de buitenbochten en zandafzetting aan de binnenbochten van de Waal is de rivier steeds verder opgeschoven. Nu liggen er kribben in de Waal en gaat de verschuiving niet meer zo snel. Later is uit het gebied van de Ooijse Graaf klei voor het maken van o.a. bakstenen en dakpannen gewonnen. De sporen in de vorm van kleine dijken (waar vroeger de rails voor steenfabriek treintjes liepen) zijn nog steeds zichtbaar. Later zijn er ook Canadese populieren aangeplant. Deze waren oorspronkelijk voor de houtwinning (en dus houtkap) bedoeld, maar doordat het hout niet meer nodig was, zijn ze daar blijven staan. Inmiddels zijn de populieren gekapt. Dit was nodig, omdat de populieren ziek waren (bruinrot) en dus mogelijk gevaarlijk konden zijn. Wat we niet wisten toen we gingen, maar nu wel weten, is dat er in het gebied 2000 nieuwe bomen en struiken zijn aangeplant. Erg mooi natuurlijk! En daar waar de bomen zijn gekapt en/of omgevallen zijn tijdens de laatste storm, hebben we gezien dat er nieuwe natuur ontstaat. We hebben geleerd dat door de vrijgekomen ruimte meer zonlicht de grond bereikt en zaden kunnen ontkiemen en tot plant, boom of struik kunnen groeien. Onderweg naar de Ooijse Graaf sprak een mevrouw (Ria van Pelt) ons aan en nodigde ze ons uit om achter de boerderij (Kapittelhof) in het gebied een keer kijkje bij het moeras te komen nemen. Dit hebben we natuurlijk maar meteen gedaan. Daar aangekomen spreken we ook de man van Ria, Frank Saris. Frank vertelt over het gebied en de ontwikkeling ervan. Hij vertelde dat de roerdomp (een heel zeldzame reigerachtige die goed gecamoufleerd in moerasgebieden leeft) al gezien en gehoord is. Een fantastisch resultaat in de herontwikkeling van het natuurgebied. Omdat verschillende leerlingen een verrekijker hadden meegenomen, zijn er veel vogels gezien zoals roodborstjes, winterkoning, spechten, boomklevers, kikkers, meerkoeten, reigers, kuifeenden, vader en moeder zwaan met een 1e jaars jong en krakeenden. Verder hebben we botten van dieren, pootafdrukken van reeën, ratten gezien. De vos en bever leven er en ook de ijsvogel broedt in het gebied. Binnenkort maken we een nieuwe afspraak om met de leskisten van planten en dieren (die we op ’t Bijenveld hebben) terug te gaan naar het gebied. Daar kunnen we met de zoekkaarten de natuur nader onderzoeken. Vragen zoals welke planten er groeien en welke (water-)dieren er leven zullen dan worden beantwoord. Tekst Sandor Verkaart.  zie de foto’s